Catalogus:

Gouache en Plakkaatverf


Gouache/plakkaatverf; een dekkende waterverf

Gouache vergelijkt men vaak met aquarelverf. Hoewel er wel overeenkomsten zijn is het toch beslist een ander soort verf, met andere kenmerken.
Aquarelverf bestaat voornamelijk uit kleurpigmenten en Arabische gom. Gouache/plakkaatverf heeft ook witte vulstoffen en/of dekkende pigmenten. Door de dekkracht kan met gouache/plakkaatverf meer pasteus worden geschilderd. De gouache/plakkaatverf is dekkend, waardoor u later nog correcties kunt maken. Met aquarelverf kan dit niet tot nauwelijks.

Gouache wordt meestal alleen op papier gebruikt omdat hij daar goed op hecht.

Verschil gouache en plakkaatverf

Plakkaatverf is tegenwoordig bijna overeenkomstig met gouache, maar heeft grovere pigmenten en is vaak van een goedkopere kwaliteit. De termen plakkaatverf (bijvoorbeeld Talens Ecola) en gouache (bijvoorbeeld Winsor & Newton Designers gouache) worden dus gebruikt om het kwaliteitsverschil aan te duiden.
Goede gouache kunt u herkennen aan het feit dat er geen dekkende witte verf is toegevoegd, maar goede kwaliteit dekkende pigmenten.
In o.a. Duitsland en Engeland gebruikt men ook nog de term tempera; dit is een duurdere gouache (zoals bijvoorbeeld Lascaux tempera) voor de kunstenaar. Tempera heeft een emulgator als bindmiddel, zoals eiwit of eigeel.

Gouache en plakkaatverf, geschiedenis

´Gouache´ komt van het Italiaanse ´guazzo´ wat oorspronkelijk een techniek aanduidde: Guazza betekent het schilderen met magere olieverf op een tempera ondergrond op papier, hetgeen een dekkend mat effect oplevert. Later werd het de term die alle matte dekverf aanduidt.

De dekkende eigenschap van Gouache wordt verkregen door aquarelverf te mengen met een dekkend wit, waardoor een gekleurde dekverf ontstaat. Vroeger bestond dat wit uit kalk vermengd met Arabische gom, later werd dat zinkwit of lithopoon.

De term ‘gouache’, in de huidige zin van dekkende waterverf, stamt uit de 18e eeuw. Toen werd gouache veel gebruikt in een gemengde techniek (gecombineerd met pastel- of aquarelverf). Eind 19e eeuw kwam de industriële productie van dekkende waterverf op gang.

Deze dekkende waterverf werd verkocht onder de naam ‘plakkaatverf’. Oorspronkelijk werd deze verf gebruikt om plakkaten (affiches) te schilderen. Deze plakkaatverf was echter geen gomverf maar een lijmverf. Het bindmiddel van deze plakkaatverf was meestal dextrine of caseïne. Deze waterverf was vooral bestemd voor werk wat vergankelijk was, zoals bij decors en decoraties, daarom gebruikt men ook wel de naam decoratieverf.

Toen was er dus nog een duidelijk verschil tussen plakkaatverf en de eigenlijke gouache.